Nederlands - Spelling

Woorden met ch of cht

Woorden met ch of cht moet je uit je hoofd leren.

lach
lach: je hoort g en je schrijft ch
 
1195
nacht
nacht: je hoort gt en je schrijft cht
 
1201

Let op: Hoor je na de g een t? Dan schrijf je meestal cht.
Behalve in: hij ligt, hij legt, hij zegt…

ch en cht
lach
pech
kachel
lichaam
techniek
jacht
vrucht
gedicht
nachtegaal
vrachtwagen